Begroting 2020

Inleiding

Een blik op de begroting; belangrijkste ontwikkelingen

Graag presenteren we de tweede begroting van deze raadsperiode. In de loop van 2020 zijn we op de helft van deze raadsperiode. Een raadsperiode waarin de transformatie van het fysiek domein centraal staat met forse ambities op gebied van de omgevingsvisie, duurzaamheid, energietransitie en de vitale ontwikkeling van dorpen en kernen. Naast deze ambities lopen in het fysiek domein ook andere langdurige opgaven binnen bestaande ambities. Zoals mobiliteit en bereikbaarheid, Heerenveen als sportstad, economie en werkgelegenheid en betaalbaar wonen, leven en recreëren in Heerenveen.
Ook de transformatie van het sociaal domein vraagt verdere doorontwikkeling. Uitgangspunt is dat wij passende ondersteuning kunnen blijven bieden aan inwoners passend bij hun behoefte. Om dit ook op lange termijn te realiseren zullen wij scherp moeten sturen op de beheersbaarheid van de kosten in het sociaal domein.
Voor het totaaloverzicht kunt u doorlinken naar het thematisch raadsakkoord en het hoofdlijnenakkoord 2018-2022.

Nieuwe eisen aan de lokale overheid: bestuur en organisatie
Deze onderwerpen willen wij gezamenlijk vanuit het nieuwe besturen vorm geven.

De verwachtingen en behoeftes  van de samenleving veranderen snel. Wij vinden het van belang om te kunnen inspelen op deze verwachtingen en behoeftes en de samenleving faciliteren bij initiatieven. Door een open dialoog met de omgeving weten wij wat er leeft en waar wij als lokale overheid waarde kunnen toevoegen. Dit stelt andere eisen aan de organisatie. Via de organisatieontwikkeling zetten wij samenhangend in op de noodzakelijke veranderingen, het slimmer organiseren en beter samenwerken,

Met deze begroting geven wij de hoofdlijnen van beleid weer en de budgetten die benodigd zijn om dit beleid te realiseren. Ook geven we aan op welke manier wij doelen willen bereiken. Met als uitgangspunt de representatieve democratie waarin uw raad uw functie behoudt en versterkt.

Uitkomsten begroting 2020 en meerjarenperspectief 2021-2023
De begroting en het meerjarenperspectief 2021-2023 laat structureel positieve uitkomsten zien. De uitkomst is echter minder positief dan bij de Perspectiefnota 2019. Dit wordt veroorzaakt door kostenverhogingen enerzijds en door een lagere algemene uitkering anderzijds. Met als belangrijkste kostenverhoging de CAO-ontwikkeling. Maar ook de uitbreiding van formatie om wettelijke taken en ambities waar te maken. Hier wordt de gemeente gedeeltelijk voor gecompenseerd. De hoogte van de algemene uitkering is nog onzeker. Er is een lichte stijging in 2020 en 2021 en in 2022 een forse daling. Incidentele uitgaven dekken wij voornamelijk uit de algemene reserve gezien de beperkte structurele ruimte.

Uitkomsten begroting 2020-2023

Bedrag x € 1.000

2020

2021

2022

2023

Structureel

Beginstand begroting 2020-2023

2.455

4.181

4.617

4.654

Mutaties perspectiefnota 2019

-2.820

-2.430

-1.977

-2.621

Structurele uitkomsten begroting 2020-2023

-365

1.751

2.640

2.033

Mutaties begroting 2020-2023 (na perspectiefnota)

448

-580

-1.730

-1.219

Structurele uitkomsten begroting 2020-2023

83

1.171

910

814

Incidenteel

Beginstand begroting 2020-2023

0

0

0

0

Mutaties perspectiefnota 2019

-310

-1.178

-493

0

Incidentele uitkomsten begroting 2020-2023

-310

-1.178

-493

0

Mutaties begroting 2020-2023 (na perspectiefnota)

-1.310

-649

-247

-20

Incidentele uitkomsten begroting 2020-2023

-1.620

-1.827

-740

-20

Dekking algemene reserve

1.537

656

-170

-794

Totaal dekking algemene reserve

1.537

656

-170

-794

Saldo begroting 2020-2023

0

0

0

0

Kernboodschap: solide basis maar ruimte voor ambitie is beperkt
Kernboodschap van deze begroting is dat de basis solide is maar dat de structurele financiële ruimte voor ambities € 1,5 miljoen lager is dan bij de Perspectiefnota. Er is sprake van een aantal risico's met name in het sociaal domein, waaronder jeugd, en de hoogte van de algemene uitkering is onzeker gezien de koppeling aan de rijksuitgaven.
De financiële ruimte voor ambities in de begroting binnen nieuwe en bestaande opgaven zit in het Fonds vitale kernen (oplopend tot € 1 miljoen per jaar), goed voor ± € 20 miljoen aan investeringsruimte. En er zit ruimte in de € 800.000 per jaar als structurele exploitatieruimte (SER). Over de inzet hiervan heeft u in de financiële verordening afspraken gemaakt. De SER kan worden ingezet wanneer er door het rijk bezuinigingen worden doorgevoerd.

Integrale afweging beleid en budgetten in Perspectiefnota 2020

Wij hebben nieuwe ambities vastgesteld en staan voor opgaven binnen bestaande ambities. De structurele financiële ruimte is beperkt en onzeker. Wij willen hiertoe voorstellen voorbereiden. Om middelen vrij te maken voor nieuwe ambities en opgaven binnen bestaande ambities. Dit kan betekenen dat bestaande ambities en budgetten zullen moeten worden bijgesteld. Wij zijn voornemens om hierover met u een passend proces af te spreken om bij de Perspectiefnota 2020 een verantwoorde afweging te kunnen maken. Een afweging tussen nieuwe en bestaande ambities en opgaven en de hiervoor benodigde middelen. Dit kan vragen om heldere keuzes; dit is niet makkelijk maar wel noodzakelijk. Hierbij moeten we ook de risico's scherp in beeld houden. Deze zijn onderstaand beschreven. In de begroting 2020 wordt op verschillende onderdelen de voorgenomen planvorming toegelicht. Voor de uitvoering van plannen of voor benodigde investeringen zijn in veel gevallen nog geen middelen in de (meerjaren)begroting opgenomen.

Risico's

Weerstandsvermogen
In de begroting zijn ook de risico's opgenomen om het benodigde weerstandsvermogen te kunnen bepalen.
De omvang van het benodigde weerstandsvermogen voor grondexploitaties neemt toe. De reden hiervan is dat de rente niet over netto boekwaarden dient te worden berekend maar over bruto boekwaarden op grond van wijziging BBV. Aangezien de kosten van de grondexploitaties hierdoor stijgen, stijgt het weerstandsvermogen mee met € 1,2 miljoen. Het totale weerstandsvermogen (inclusief stijging grondexploitaties) daalt ten opzichte van de jaarrekening als gevolg van de daling van het totaal aan risico's mede door besluiten in de begroting 2019.

Eigen vermogen
De groei van het eigen vermogen neemt af. Er vind vanaf 2022 geen storting meer plaats vanuit de precario op ondergrondse kabels en leidingen. Wel worden er een aantal incidentele uitzettingen gedekt uit de algemene reserve. In 2019 vind er daarnaast nog een storting plaats uit de reserve weerstandsvermogen, omdat het risicoprofiel van de gemeente naar beneden is bijgesteld. Om de terugloop van de algemene reserve te voorkomen, zijn bij de mutaties ook de structurele saldi meegenomen. In onderstaande tabel is het verloop van de algemene reserve opgenomen (x € 1 miljoen):

Algemene reserve

2020

2021

2022

2023

Stand 1-1

10,2

10,7

12,0

12,5

Mutaties

Onttrekkingen begroting 2019

-1,1

0,0

0,0

0,0

Stortingen begroting 2019

0,3

0,2

0,2

0,0

- Precario op kabels en leidingen

1,9

1,9

0,0

0,0

Mutatie weerstandsvermogen

0,9

0,0

0,0

0,0

Mutaties grondexploitaties

0,0

0,0

0,0

-0,3

Mutaties saldi begroting 2020

-1,5

-0,8

0,0

0,6

Totaal mutaties algemene reserve

0,5

1,4

0,4

0,5

Saldo 31-12

10,7

12,0

12,5

13,0

Ontoereikend budget op jeugd en hoog risicoprofiel sociaal domein

In de jaarrekening 2018 was er sprake van een tekort van bijna € 4 miljoen. In de perspectiefnota heeft u gekozen voor een hoog risicoprofiel jeugd. In de perspectiefnota zijn vanaf 2020 de geraamde uitgaven verhoogd met € 1,1 miljoen. Dit is het bedrag van de werkelijke uitgaven jeugdzorg 2017 (voor het nieuwe inkoopmodel) verhoogd met de afgesproken kostenstijgingen (o.a. CAO).
Hierbij is geen rekening gehouden met het kostenverhogende effect van het nieuwe inkoopmodel van € 2,9 miljoen. Ook is geen rekening gehouden met toename van het aantal cliënten en met kostenverhogende effecten in de tarieven van de aanbieders.
We zijn actief om de kosten te beheersen in provinciaal en lokaal verband. Ook zijn we in afwachting van de mogelijke compensatie van het rijk. Deze beperkt zich eerst tot
€ 850.000 per jaar in 2019 en 2020. Het risico van € 2,9 miljoen is opgenomen in NARIS. Voor 2019 en 2020 kan de dekking van het tekort gevonden worden in het weerstandsvermogen. Vanaf 2021 zal dit structureel opgevangen moeten worden in de begroting. Wij verwachten dat deze structurele verhoging minimaal € 400.000 en maximaal € 2,9 miljoen bedraagt. Daarnaast is in de Perspectiefnota ook uitgegaan van een hoog risicoprofiel op de overige onderdelen in het sociaal domein; bijvoorbeeld de bijdrage (BUIG) die we ontvangen voor de uitkeringen is onzeker. Wij zullen deze risico's en de druk op de uitgaven in het sociaal domein actief blijven monitoren en bijsturen waar mogelijk.

Stikstofuitspraak

In Nederland is sprake van een te hoge 'depositie' van Stikstof. Dat is onwenselijk en leidt tot problemen in de natuur en de volksgezondheid. Daarom is er een Programma Aanpak Stikstof (PAS), met maatregelen om de uitstoot van stikstof te verminderen. Onlangs heeft de Raad van State een uitspraak gedaan in een rechtszaak waarbij de uitstoot van stikstof (en belasting) de inzet was. Door deze uitspraak kunnen o.a. projecten, maar ook evenementen niet door gaan zoals deze aanvankelijk gepland/voorzien zijn.
Hierdoor is op regeringsniveau, door de Commissie Remkes, gewerkt aan een advies waarin aanbevelingen worden gedaan om het stikstofprobleem te beteugelen. Het advies geeft aan dat door maatregelen in de Landbouw en het Verkeer de grootste 'winst' te behalen is. De commissie geeft ook aan dat er niet ingeboet mag worden op de grootte en de omvang van de natuurgebieden. Verder wordt aangegeven dat de maatregelen/aanpak een samenspel moet zijn van het kabinet en de provincies. De provincie Fryslân heeft overigens nog geen beleid(suitwerking) t.a.v. de stikstofproblematiek.
De uitspraak van de Raad van State, de stellingname van het kabinet ten aanzien van het advies van de commissie Remkes, maar ook het, naar verwachting te ontwikkelen beleid van de provincie, kan van invloed zijn op onze gemeentelijke projecten en ontwikkelingen. Wij denken daarbij aan projecten, waar we nu in voorbereiding mee zijn. En dit gaat ook gelden voor projecten die we in de toekomst anders moeten gaan organiseren. Ook bestaat de kans dat ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw of uitbreiding op industrieterreinen ten gevolge van de recente ontwikkelingen uitgesteld/vertraagd worden of wellicht niet meer mogelijk zijn.

Brexit

Het is nog onduidelijk of het Verenigd Koninkrijk (VK) zonder akkoord of met een akkoord de Europese Unie (EU) verlaat. De kans op een 'No deal Brexit' blijft aanwezig, daarom blijven wij ons voorbereiden op alle scenario’s.
Zowel de 'No deal Brexit' als de 'Deal Brexit' heeft gevolgen voor onze organisatie en voor onze inwoners en bedrijven. Aangenomen wordt dat een 'No deal Brexit' de grootste impact heeft op de organisatie en inwoners. In deze situatie wordt het VK een derde land zonder overgangsregeling, dit heeft gevolgen voor onder andere de informatie verschaffing naar onze inwoners, de aanbestedingswet of inkoopprocedure bij aankopen of inhuren bij een Britsbedrijf. Ook kan de (No) deal Brexit impact hebben op de  algemene uitkering i.h.k.v. samen “trap op, trap af.” Enerzijds kunnen minder baten en minder lasten, leiden tot een lagere inkomst. Bij extra inzet van douanepersoneel voor bijvoorbeeld grenscontrole zal dit ten gunste komen van de  algemene uitkering. 

Uitkering gemeentefonds

In de systematiek 'Samen de trap op, samen de trap af', leiden lagere rijksuitgaven tot een lagere algemene uitkering. Hogere rijksuitgaven laten de algemene uitkering stijgen.
Zowel de problematiek met betrekking tot de stikstofuitspraak, als de (No deal) Brexit kan gevolgen hebben voor de algemene uitkering gemeentefonds. Wanneer de uitgaven van het Rijk lager zijn door de stikstofuitspraak en/of de Brexit, wordt ook de algemene uitkering naar beneden bijgesteld. Hogere rijksuitgaven bij de Brexit is overigens ook niet helemaal uit te sluiten. De algemene uitkering kan in dat geval ook in volume toenemen.
In feite staat de systematiek los van wat gemeenten nodig hebben om hun taken te kunnen uitvoeren. Deze systematiek leidt tot een merkwaardige paradox. Het rijk houdt geld over terwijl veel gemeenten moeten bezuinigen.

Dekking binnen bestaande budgetten

In de perspectiefnota is opgenomen dat er voor € 1,2 miljoen aan onontkoombare mutaties wordt gedekt binnen de bestaande budgetten. In de thema's Zorg en Welzijn, Wonen en Leven en Financiën en Organisatie, zijn deze budgetten opgenomen. Van de mutaties van € 50.000 en hoger, is toegelicht hoe de dekking plaats vind.

ga terug